Woordenschat · groep 7
Betekenis van schooltaalwoorden
Tien opgaven, dezelfde als je kind in Klimbo krijgt. Vul in en kijk na. Gaat er een mis, dan krijg je een hint en de uitleg die bij die denkfout hoort. Het goede antwoord komt er niet uit, want daar leer je niets van. Het antwoordblad staat onderaan.
Hoe het werkt
Zet het woord in een zin die je kent. Welke betekenis past daar? Een woord dat er op lijkt, betekent vaak iets heel anders.
Neem het woord aarzelen. Bedenk een zin: hij aarzelde bij de deur. Wat deed hij? Hij twijfelde even. Probeer nu elk antwoord in jouw zin. Past hard werken op het land? Nee. Past twijfelen voordat je iets doet? Ja. Zo controleer je elke betekenis, in plaats van te gokken op hoe het woord klinkt.
De opgaven
- 1
Wat betekent "vergelijken"?
- 2
Wat betekent "aanleiding"?
- 3
Wat betekent "gewoonte"?
- 4
Wat betekent "bijzonder"?
- 5
Wat betekent "beperkt"?
- 6
Wat betekent "eigenschap"?
- 7
Wat betekent "aarzelen"?
- 8
Wat betekent "beschikbaar"?
- 9
Wat betekent "ondanks"?
- 10
Wat betekent "bewijs"?
Antwoordblad
- 1.kijken wat hetzelfde en wat anders is
- 2.de reden waardoor iets begint
- 3.iets wat je vaak en steeds op dezelfde manier doet
- 4.niet gewoon, speciaal
- 5.niet veel, met een grens
- 6.iets wat bij iemand of iets hoort, een kenmerk
- 7.twijfelen voordat je iets doet
- 8.te gebruiken, er is genoeg van
- 9.hoewel iets in de weg zat
- 10.iets waarmee je laat zien dat iets waar is
Voor ouders, juf of meester
Deze opgaven horen bij woordenschat en zijn gemaakt voor groep 7. Ze werken aan kerndoel 12 en de 1F-doelen. Elke opgave wordt door dezelfde vaste oefenbank gemaakt die de tutor gebruikt, en is vooraf gecontroleerd.
Elke dag een kwartier, op maat
Op deze pagina oefent je kind één onderwerp. In Klimbo kiest de tutor elke dag zelf waar het oefenen begint, legt uit als het misgaat, en laat jou zien hoe het gaat.
Op de wachtlijst