Breuken · groep 7
Breuken vergelijken en ordenen
Tien opgaven, dezelfde als je kind in Klimbo krijgt. Vul in en kijk na. Gaat er een mis, dan krijg je een hint en de uitleg die bij die denkfout hoort. Het goede antwoord komt er niet uit, want daar leer je niets van. Het antwoordblad staat onderaan.
Hoe het werkt
Een grotere noemer betekent kleinere stukjes. Vergelijk breuken door de noemers gelijk te maken, of door te bedenken hoe groot elk stuk van de taart is.
Welke is groter: 1/4 of 1/12? Een taart in 4 stukken geeft grote stukken, een taart in 12 stukken kleine. Dus 1/4 is groter. Bij 2/3 en 3/4 maak je de noemers gelijk: 8/12 en 9/12. Dan zie je dat 3/4 groter is.
De opgaven
- 1
Welke breuk is het grootst?
- 2
Welke breuk is het grootst?
- 3
Welke breuk is het grootst?
- 4
Welke breuk is het grootst?
- 5
Welke breuk is het grootst?
- 6
Welke breuk is het grootst?
- 7
Welke breuk is het grootst?
- 8
Welke breuk is het grootst?
- 9
Welke breuk is het grootst?
- 10
Welke breuk is het grootst?
Antwoordblad
- 1.3/4
- 2.2/4
- 3.5/10
- 4.5/6
- 5.6/10
- 6.4/6
- 7.3/6
- 8.5/8
- 9.8/10
- 10.9/12
Voor ouders, juf of meester
Deze opgaven horen bij breuken en zijn gemaakt voor groep 7. Ze werken aan kerndoel 26 en de 1F-doelen. Elke opgave wordt door dezelfde vaste oefenbank gemaakt die de tutor gebruikt, en is vooraf gecontroleerd.
Elke dag een kwartier, op maat
Op deze pagina oefent je kind één onderwerp. In Klimbo kiest de tutor elke dag zelf waar het oefenen begint, legt uit als het misgaat, en laat jou zien hoe het gaat.
Op de wachtlijst