Meten, tijd en geld · groep 7
Rekenen met geld
Tien opgaven, dezelfde als je kind in Klimbo krijgt. Vul in en kijk na. Gaat er een mis, dan krijg je een hint en de uitleg die bij die denkfout hoort. Het goede antwoord komt er niet uit, want daar leer je niets van. Het antwoordblad staat onderaan.
Hoe het werkt
Wisselgeld reken je uit door aan te vullen: eerst tot de volgende hele euro, dan tot het bedrag waarmee je betaalt. Vergeet de centen niet.
Je betaalt € 4,04 met € 20. Vul aan van 4,04 naar 5,00: dat is 96 cent. Dan van 5 naar 20: 15 euro. Samen: 15 euro en 96 cent, dus € 15,96.
De opgaven
- 1
Je koopt een cadeautje van € 4,04 en betaalt met € 20. Hoeveel wisselgeld krijg je?
- 2
Je koopt een boek van € 8,86 en betaalt met € 20. Hoeveel wisselgeld krijg je?
- 3
Je koopt een cadeautje van € 4,57 en betaalt met € 20. Hoeveel wisselgeld krijg je?
- 4
Je koopt een boek van € 22,97 en betaalt met € 50. Hoeveel wisselgeld krijg je?
- 5
Je koopt een boek van € 15,56 en betaalt met € 20. Hoeveel wisselgeld krijg je?
- 6
Je koopt een bal van € 4,03 en betaalt met € 20. Hoeveel wisselgeld krijg je?
- 7
Je koopt stiften van € 1,18 en betaalt met € 5. Hoeveel wisselgeld krijg je?
- 8
Je koopt een boek van € 2,85 en betaalt met € 5. Hoeveel wisselgeld krijg je?
- 9
Je koopt een broodje van € 3,51 en betaalt met € 5. Hoeveel wisselgeld krijg je?
- 10
Je koopt een bal van € 17,72 en betaalt met € 20. Hoeveel wisselgeld krijg je?
Antwoordblad
- 1.15,96
- 2.11,14
- 3.15,43
- 4.27,03
- 5.4,44
- 6.15,97
- 7.3,82
- 8.2,15
- 9.1,49
- 10.2,28
Voor ouders, juf of meester
Deze opgaven horen bij meten, tijd en geld en zijn gemaakt voor groep 7. Ze werken aan kerndoel 33 en de 1F-doelen. Elke opgave wordt door dezelfde vaste oefenbank gemaakt die de tutor gebruikt, en is vooraf gecontroleerd.
Elke dag een kwartier, op maat
Op deze pagina oefent je kind één onderwerp. In Klimbo kiest de tutor elke dag zelf waar het oefenen begint, legt uit als het misgaat, en laat jou zien hoe het gaat.
Op de wachtlijst