Meten, tijd en geld · groep 7
Lengtematen omrekenen
Tien opgaven, dezelfde als je kind in Klimbo krijgt. Vul in en kijk na. Gaat er een mis, dan krijg je een hint en de uitleg die bij die denkfout hoort. Het goede antwoord komt er niet uit, want daar leer je niets van. Het antwoordblad staat onderaan.
Hoe het werkt
Van een grote maat naar een kleine wordt het getal groter (keer 10, 100 of 1000). Van klein naar groot wordt het kleiner. 1 km is 1000 m, 1 m is 100 cm.
Reken 200 m om naar km. Van meter naar kilometer ga je naar een grotere maat, dus het getal wordt kleiner: delen door 1000. 200 : 1000 = 0,2 km. Andersom: 3 km is 3 × 1000 = 3000 m.
De opgaven
- 1
200 m = ... km
- 2
330 cm = ... m
- 3
50 cm = ... m
- 4
340 mm = ... cm
- 5
770 cm = ... m
- 6
7,2 km = ... m
- 7
62,9 km = ... m
- 8
85,2 m = ... cm
- 9
9100 m = ... km
- 10
5300 m = ... km
Antwoordblad
- 1.0,2
- 2.3,3
- 3.0,5
- 4.34
- 5.7,7
- 6.7200
- 7.62900
- 8.8520
- 9.9,1
- 10.5,3
Voor ouders, juf of meester
Deze opgaven horen bij meten, tijd en geld en zijn gemaakt voor groep 7. Ze werken aan kerndoel 33 en de 1F-doelen. Elke opgave wordt door dezelfde vaste oefenbank gemaakt die de tutor gebruikt, en is vooraf gecontroleerd.
Elke dag een kwartier, op maat
Op deze pagina oefent je kind één onderwerp. In Klimbo kiest de tutor elke dag zelf waar het oefenen begint, legt uit als het misgaat, en laat jou zien hoe het gaat.
Op de wachtlijst