Klimbo

Werkwoorden · groep 7

Persoonsvorm tegenwoordige tijd (ik, jij, hij)

Tien opgaven, dezelfde als je kind in Klimbo krijgt. Vul in en kijk na. Gaat er een mis, dan krijg je een hint en de uitleg die bij die denkfout hoort. Het goede antwoord komt er niet uit, want daar leer je niets van. Het antwoordblad staat onderaan.

Hoe het werkt

Bij ik gebruik je alleen de stam. Bij jij, hij, zij, het, u en een naam komt er een t achter de stam, ook als de stam al op een d eindigt.

Vul in: hij ... elke dag (drinken). Stam: drink. Hij is niet ik, dus stam + t: hij drinkt. Bij ik: ik drink. Bij een stam op d, zoals bij vinden: hij vindt, met dt.

De opgaven

  1. 1

    Vul de tegenwoordige tijd in: ik ... elke dag (drinken)

  2. 2

    Vul de tegenwoordige tijd in: hij ... nu (beginnen)

  3. 3

    Vul de tegenwoordige tijd in: ik ... elke dag (springen)

  4. 4

    Vul de tegenwoordige tijd in: hij ... nu (vertrekken)

  5. 5

    Vul de tegenwoordige tijd in: mijn opa ... nu (rijden)

  6. 6

    Vul de tegenwoordige tijd in: ik ... altijd (beloven)

  7. 7

    Vul de tegenwoordige tijd in: ik ... vaak (fietsen)

  8. 8

    Vul de tegenwoordige tijd in: de juf ... nu (wonen)

  9. 9

    Vul de tegenwoordige tijd in: de hond ... vandaag (luisteren)

  10. 10

    Vul de tegenwoordige tijd in: u ... altijd (kloppen)

Antwoordblad
  1. 1.drink
  2. 2.begint
  3. 3.spring
  4. 4.vertrekt
  5. 5.rijdt
  6. 6.beloof
  7. 7.fiets
  8. 8.woont
  9. 9.luistert
  10. 10.klopt

Voor ouders, juf of meester

Deze opgaven horen bij werkwoorden en zijn gemaakt voor groep 7. Ze werken aan kerndoel 11 en de 1F-doelen. Elke opgave wordt door dezelfde vaste oefenbank gemaakt die de tutor gebruikt, en is vooraf gecontroleerd.

Elke dag een kwartier, op maat

Op deze pagina oefent je kind één onderwerp. In Klimbo kiest de tutor elke dag zelf waar het oefenen begint, legt uit als het misgaat, en laat jou zien hoe het gaat.

Op de wachtlijst